Hoe betrek je ook de luizenmoeder bij beleid?

Participizza en participilsje. Ook de Luizenmoeder deed haar intrede op de drukbezochte lab-sessie van Bureau Buhrs op 1 februari jl.: ‘Participatie, hoe dan?’ Het hilarische fragment uit de populaire TV-serie illustreerde dat er wat af wordt geparticipeerd in Nederland. Maar wat levert al die participatie nu precies op? En heb je het idee dat je door die participatie ook echt de mening weet van een brede vertegenwoordiging van inwoners? Hoe zou je dat anders kunnen doen? De 7 sprekers en de 100 deelnemers aan de sessie gingen hierover uitgebreid in gesprek.

Voor de meeste gemeenten is participatie een bekend middel dat ze inzetten bij fysieke ingrepen met grote gevolgen voor de burgers. Een middel dat Michel Buhrs, directeur van Bureau Buhrs, al meer dan 20 jaar inzet om overheden en gemeenten te helpen aan meer draagvlak voor hun beleid. Anno 2018 staat met de komst van de Omgevingswet de overheid en iedere gemeente opnieuw op scherp. Participatie is namelijk een essentieel onderdeel van de Omgevingsvisie die elke gemeente opstelt om de wet goed te kunnen uitvoeren. Dat die participatie beter kan, bleek uit de bijdragen van de sprekers op de lab-sessie. Bijvoorbeeld door je aanpak af stemmen op de belevingswereld van de inwoners die je wilt aanspreken. Hoe je dat doet, liet senior adviseur Fanny Bod zien aan de hand van de participatiemethodiek van Bureau Buhrs: ‘De burger is ook een mens’.

Campagne rondom de Pride
Dat die methodiek werkt, toonde Cor Vos aan, senior communicatieadviseur van de gemeente Amsterdam. Al een paar jaar richtte de communicatie rondom de Gay Pride zich vooral op inwoners die klaagden over de overlast. Die communicatie leidde echter niet tot minder klachten. Door de toepassing van de belevingswerelden-methodiek van Bureau Buhrs ontdekten ze dat ze de communicatie meer op de belevingswereld van de meeste Amsterdammers moesten richten, de rode belevingswereld. Dat leidde tot een campagne waarin de trots en tolerantie van de Amsterdammer op de voorgrond stond met wijlen burgemeester Van der Laan als ambassadeur. De klachtenstroom droogde daarna zo goed als op.

Participatie maakt besluiten makkelijker
Kennis van de inwoners en wat ze bezighoudt, vormt vaker de sleutel tot een succesvol participatietraject. Tijdens het debat met een panel van deskundigen en de zaal onder leiding van Fanny Bod kwam dat ook naar voren. Zo betoogde Gerd de Kruif, programma-manager invoeringsbegeleiding van het programma Aan de slag met de Omgevingswet, dat als je weet wat inwoners willen het gemakkelijker is om politieke besluiten te nemen. Daar was iedereen het mee eens. Wel werd vanuit de zaal er de aantekening bij gemaakt dat voorwaarde van goede participatie is dat de politiek en de bestuurders meer ruimte aan de inwoners moeten geven en zelf een meer faciliterende en toetsende rol moeten innemen.

Met inwoners die het direct aangaat
Jeroen Haan, portefeuillehouder Participatie Hoogheemraadschap Rijnland, bracht de stelling ‘Droge voeten en schoon water kun je alleen bereiken door participatie bij lokale opgaven en met lokale mensen.’ De zaal was het ermee eens dat je over dit soort onderwerpen met inwoners in gesprek moet gaan maar dan wel met inwoners die het direct aangaat. En altijd moet je je afvragen of mensen wel over het betreffende onderwerp willen meedenken of dat het meer een onderwerp voor deskundigen is.

Hulp voor overheid bij cultuuromslag
De derde stelling was van Eelco de Groot, senior lector Risk Management & Public Acceptance TU Delft. Hij bracht naar voren dat ‘de overheid geholpen moet worden bij de cultuuromslag’ en gaf daarbij als toelichting: ‘We doen het belabberd, we leren het blijkbaar niet. Elke twee jaar moeten we opnieuw worden getraind. We zouden veel meer moeten meten en monitoren. Wat werkt wel en wat niet? En welke gevolgen heeft dit voor de toekomstige wijze waarop we de burgers betrekken bij beleid?’ De reacties uit de zaal waren instemmend maar ook nuancerend. Bijvoorbeeld met ‘De cultuuromslag is al gaande. Maar het is geven en nemen. Participatie betekent niet: u vraagt wij draaien. Het is een wederkerig proces: de burger heeft hier ook een verantwoordelijkheid in.’

Kennis met elkaar delen
Afsluitend bracht Marinka van Vliet, adjunct-directeur bij Bureau Buhrs, de stelling naar voren dat de kwaliteit van de participatie omhoog gaat doordat er ruimte is gelaten in de Omgevingswet. Door maatwerk te laten zijn voor elke opgave kan iedere gemeente zelf ervaren wat wel werkt en wat niet. Een reactie uit de zaal was dat gemeenten en organisaties ervaringen hiermee dan wel moeten uitwisselen. ‘Van deze lab-sessie zou idealiter ook een videoverslag moeten komen die iedereen die met participatie heeft te maken kan bekijken en van kan leren.’ Uitwisseling van kennis en ervaring tussen de deelnemers vond in ieder geval direct daarna onder het genot van een participilsje plaats.

17 april: training Burgerparticipatie
Voor iedereen die meer wil weten hoe je een participatietraject inricht en gebruik maakt van belevingswerelden organiseert Bureau Buhrs op 17 april 2018 de training Burgerparticipatie op basis van belevingswerelden. Deze training kan op aanvraag ook incompany worden gegeven.


← terug