Wijkmarketing: De waarde van een sterk imago

In veel wijken in Nederland wordt flink geïnvesteerd. Woningen worden gerenoveerd en sociale problematiek wordt aangepakt om de leefbaarheid in en afzetbaarheid van deze wijken te verbeteren. Bewoners zien hun wijk ten positieve veranderen en krijgen daardoor een beter gevoel bij hun wijk. Helaas is dit bij niet-bewoners vaak niet het geval, waardoor het oude, ‘slechte’ imago nog lange tijd intact blijft. Zonde! Niet alleen leidt een beter wijkimago tot hogere tevredenheid bij huidige bewoners. Ook toekomstige huurders en kopers zullen sneller naar de wijk verhuizen. Tijdens de Lab-sessie Wijkmarketing op 15 april deelden Gert Jan Hagen (SmartAgent) en Michel Buhrs (Bureau Buhrs) hun jarenlange ervaring met het onderzoeken en bijstellen van wijkimago’s, toegelicht aan de hand van de case Stekkenberg door Famke Zandstra (Oosterpoort). En wat blijkt: imagoverbetering leidt tot een fikse waardestijging van het vastgoed!

Gat tussen identiteit en imago
Hoe weet je dat het imago van een wijk toe is aan verbetering? SmartAgent doet regelmatig woononderzoeken in wijken. Het onderzoeksbureau vraagt respondenten om de waardering van hun eigen wijk uit te drukken in een rapportcijfer net zoals dat van andere omliggende wijken. Zo meten ze hoe inwoners hun wijk waarderen (identiteit), maar ook hoe bewoners van omliggende buurten de wijk zien (imago). Het verschil tussen die twee cijfers geeft aan of er een gat zit tussen de identiteit en het imago. Een klein verschil tussen identiteit en imago is normaal. Blijft het imago echter sterk achter bij de identiteit, dan heeft de wijk een imagoprobleem.

Hoe het imago bijstellen?
Wat te doen als je geconfronteerd wordt met een imagovraagstuk? Een marketing/communicatietraject kan het imago van een wijk veranderen. Gaat het om een wijk waarin ook fysiek en sociaal wordt geïnvesteerd? Dan zullen deze investeringen effect hebben op het imago van een wijk. Een marketing/communicatietraject kan de verandering dan versnellen. Bureau Buhrs ontwikkelde de BrandStation-methodiek waarmee zij in vijf overzichtelijke stappen met betrokken partijen en bewoners op zoek gaat naar de belangrijkste kwaliteiten van de wijk die de doelgroep aanspreken en de wijk onderscheiden van concurrerende wijken. Vervolgens wordt de positionering uitgewerkt in een campagneconcept, marketing- en communicatiestrategie en communicatiemiddelen en –activiteiten. Is de wijk nog in ontwikkeling? Dan beïnvloedt het uiteraard ook de fysieke ontwikkeling en verbetering van de wijk.

Proces van een lange adem
Wat dit in de praktijk betekent, vertelde Famke Zandstra van woningcorporatie Oosterpoort. De wijk Stekkenberg in Groesbeek-Noord kent al jarenlang een slecht imago en sociale problematiek. De komende tijd wordt flink in de wijk geïnvesteerd. Er worden 239 huurwoningen gesloopt. Hiervoor komt hetzelfde aantal nieuwe woningen terug. Daarnaast worden dertig twee-onder-een-kapwoningen en zestien kavels verkocht, komt er een voorzieningenhart én is er een Avonturenbos gekomen. Om de nieuwe Stekkenberg in de markt te zetten is Bureau Buhrs gevraagd in een traject met bewoners en professionals de positionering voor de wijk te formuleren die zowel nieuwe bewoners aantrekt, als rechtdoet aan de bestaande wijk en bewoners. In workshops met betrokken partijen (Oosterpoort, gemeente Groesbeek, Stichting Primair Onderwijs Groesbeek, Stichting Welzijn Groesbeek, Koopmans) en bewoners is onderzocht welke kwaliteiten van de Stekkenberg de (potentiele) doelgroep aanspreken en onderscheidend zijn ten opzichte van concurrerende gebieden. De geformuleerde positionering is vertaald naar een merk. In het geval van de Stekkenberg is gekozen voor een brand dat het groene, laagdrempelige en gezellige karakter van de wijk benadrukt. Dit is vervolgens vertaald naar het campagneconcept ‘Gaat goed samen’ en een strategie die in de eerste twee jaar vooral is gericht op activatie, empowerment en trots van de huidige bewoners. Zo is er een wedstrijd georganiseerd waarbij bewoners de nieuwe naam voor het voorzieningenhart mochten bedenken, hetgeen resulteerde in de naam ‘Op de Heuvel’. Ook is de talentenjacht Superpromotor gehouden waarmee de hoofdrol in het promotiefilmpje te winnen was. Winnares Liz neemt in het animatiefilmpje de kijker mee door de wijk en vertelt enthousiast waarom het zo goed wonen is in de wijk. Na twee jaar van communicatieactiviteiten ziet Famke Zandstra dat de aanpak langzaam haar vruchten begint af te werpen: ‘Het is een proces van lange adem, maar zowel onder de betrokken partijen, onder bewoners als buiten de wijk groeit het aantal positieve geluiden over de Stekkenberg’. De komende jaren verschuift de strategie langzaam naar het aantrekken van nieuwe bewoners. Ook komt het initiatief voor activiteiten en evenementen steeds meer in handen van de – inmiddels meer enthousiaste en actieve – bewoners van de wijk.

Imago en WOZ-waarde
Het voorbeeld van de Stekkenberg laat zien dat het ombuigen van een wijkimago een proces van lange adem is. Wat loont het om toch te investeren in wijkmarketing? In de eerste plaats heeft het imago van de wijk effect op de afzet van de woningen. Een wijk met een goed imago zal meer mensen aantrekken dan een wijk met een slecht imago. Maar ook de tevredenheid van bewoners verbetert. Michel Buhrs zegt daarover: ‘Veel bewoners vinden het heel vervelend als mensen van buiten hun wijk negatief beoordelen’. Tijdens de Lab-sessie geeft Gert Jan Hagen nog een reden om het imago van een wijk aan te pakken. Bij wijken in de regio Haaglanden is het imago afgezet tegen de WOZ-waarde van de woningen per vierkante meter. Er blijkt een sterke correlatie te bestaan tussen het imago en de WOZ-waarde in de wijken. Bij één van de geanalyseerde wijken kan een verbetering van het imago met 1,5 punt (op een schaal van 10) de WOZ-waarde zelfs met € 30.000,- per woning doen stijgen. Voor de gehele wijk betekent dit een waardestijging van circa € 50 miljoen. Een beter imago kan naast een grotere tevredenheid en betere afzetbaarheid dus ook een flinke waardestijging tot gevolg hebben!

Meer weten?
Wilt u meer informatie over wijkmarketing? Vraag dan de hand-out van de Lab-sessie aan door een mail te sturen aan info@bureaubuhrs.nl.

Auteur: Lise Roodbol, adviseur Bureau Buhrs

Beter Buiten: communicatie en participatie bij de inrichting van openbare ruimte

De burger wil betrokken worden bij ontwikkelingen in zijn directe omgeving. Maar hoe bereik je deze burger? Moeten deze plannen al vastomlijnd zijn of juist niet? Op 10 april organiseerden Bureau Buhrs, SmartAgent en Waterpas de masterclass ‘Beter Buiten. Inrichting openbare ruimte op basis van belevingswerelden’. Een interessante bijeenkomst voor eenieder die zich bezighoudt met burgerparticipatie, zoals stedenbouwkundigen, corporaties en professionals.

Belevingswerelden
Marieke de Kogel van SmartAgent gaf inzicht in de belevingswerelden van burgers. Op basis van hun waarden worden burgers ingedeeld op twee assen: ego-groep en intravert-extravert. Hierdoor ontstaan vier kwadranten die staan voor de belevingswerelden Vitaliteit (rood), Harmonie (geel), Bescherming (groen) en Controle (blauw). Marieke wist aan de hand van voorbeelden te duiden wat de burgers van de belevingswerelden typeerden. Inmiddels heeft SmartAgent al veel onderzoek gedaan en er zijn al veel wijken in beeld gebracht. Overigens is er niet altijd een homogene belevingswereld in een wijk, maar zijn er vaak wel dominante ‘kleuren’.

Inrichting openbare ruimte
Zou het niet fantastisch zijn als de burger zich meer inzet voor zijn directe omgeving? Sadjad Jawid van Waterpas toonde aan dat dit een illusie is als geen rekening wordt gehouden met de belevingswerelden. Er is een mismatch tussen gebruikers, inrichting en beheer van de openbare ruimte als de drie onderdelen niet gebaseerd zijn op dezelfde belevingswerelden.

De gemeente gooit dan geld weg.

Burgerparticipatie en communicatie
Michel Buhrs van Bureau Buhrs vulde aan waarom die belevingswerelden belangrijk zijn bij de communicatie met de burger. Elke belevingswereld ziet een andere rol voor de overheid of instanties. Rood accepteert het minst van de overheid. Daartegenover staat de groene wereld en deze burgers zien de overheid als hun gids. Voortbordurend op de case van de inrichting van de openbare ruimte wordt duidelijk dat de burgers uit de belevingswerelden op een andere manier willen participeren. De rode wereld wil graag brainstormen, de gele wereld wil concrete plannen toetsen, de groene wereld wil geïnformeerd worden en de blauwe wereld wil in een expert-meeting als zakenpartner de dialoog aangaan.

De drie presentaties geven niet alleen houvast voor de inrichting van de openbare ruimte. Ook voor herstructurerings- en infrastructuurprojecten is het zinvol om je af te vragen: voor wie doen we dit of heeft dit impact (belevingswereld), wat gaan we doen (het stappenplan) en hoe betrekken we de burgers en wat is communicatief de juiste aanpak?

Nieuwsgierig geworden? U kunt de flyer ‘Beter Buiten. Inrichting van openbare ruimte op basis van belevingswerelden’ hier opvragen.

Auteur: Annette van den Bosch, adviseur Omgevingscommunicatie

cursus Gebiedsmarketing

Boek ‘Gebiedsmarketing’: reacties onderwijsland

In 2008 verscheen het boek Gebiedsmarketing. Kiezen voor een succesvolle toekomst voor locatie, wijk en stad van Michel Buhrs (e.a.). Het boek beschrijft compact en helder het vakgebied van de gebiedsmarketing aan de hand van de zelf ontwikkelde BrandMobile-methodiek. Hoewel het er in eerste instantie niet voor was bedoeld, is het boek gemeengoed geworden op tal van opleidingen aan hogescholen en universiteiten. In gesprekken met Pieter Breek en Fieke Sluijs (coördinator minor Citymarketing en docent aan de Hogeschool Inholland) en Jurgen Jeunissen (coördinator minor Citymarketing aan Hogeschool van Rotterdam) blikte Bureau Buhrs terug op hoe het boek is ontvangen en wordt gebruikt.

Tot 2008 was er nog geen heldere basistheorie of -methodiek. Het boek ‘Gebiedsmarketing’ vulde dit gat. Een nieuwe term was geboren aldus het Platform Innovatie Marketing (PIM). In zeven overzichtelijke stappen van de door Michel Buhrs ontwikkelde BrandMobile-methodiek wordt uitgelegd hoe een gebied gepositioneerd en gebrand kan worden. Vervolgens wordt dieper ingegaan op een aantal aandachtsgebieden van de methodiek zoals marktonderzoek, belevingswerelden en storytelling. Het boek eindigt met een serie cases die beschrijven hoe de methodiek in de praktijk is toegepast.

Lovende kritieken
Direct na het verschijnen in 2008 kreeg het boek goede recensies. Communicatie schrijft dat het boek ‘de diversiteit van gebiedsmarketing schetst en structuur brengt in de wirwar van mogelijke invalshoeken en vakgebieden die zich met het onderwerp bezighouden’. Het Tijdschrift voor Marketing noemt het boek een aanrader en schrijft: ‘Inhoud en vorm zijn top! Michel Buhrs laat hiermee zien dat marketing leeft’. Ook werd het boek genomineerd voor de PIM Marketing Literatuurprijs 2008 voor het meest vernieuwende marketingboek.

Met tijd mee
De tijd is intussen danig veranderd. De crisis heeft haar tol geëist, maar heeft ook geleid tot nieuwe trends en aanpakken. De BrandMobile-methodiek is met zijn tijd meegegaan en heet inmiddels BrandStation. Voor Pieter Breek en Fieke Sluijs – beiden docent aan de Hogeschool INHolland – maakt het boek deel uit van hun lesprogramma voor de opleiding Vrijetijdsmanagement aan de Hogeschool Inholland. Bureau Buhrs kijkt met hen terug op hoe het boek is ontvangen door de gebruikers ervan. Wat is goed en wat zien zij graag anders?

 

 

Toegankelijk geschreven
Pieter Breek vindt dat het boek uitblinkt in haar manier van communiceren. De schrijfstijl is ‘to-the-point’ waardoor de methodiek helder en compact wordt uitgelegd. De vormgeving met veel plaatjes versterkt de toegankelijkheid, waardoor het boek goed aansluit op het niveau van de HBO-student. Docenten behandelen de cases niet in hun lessen, maar horen dat studenten dit een fijne aanvulling vinden op de theorie.
Het tweede deel van het boek gaat dieper in op enkele aandachtsgebieden. Omdat het boek is geschreven als basiswerk, worden deze onderwerpen compact beschreven. Als lesmateriaal vinden de docenten dit te compact en gebruiken ze naast het boek aanvullende literatuur. De onderwerpen die besproken worden, zoals storytelling, zijn nog steeds actueel maar zouden uitgebreider behandeld mogen worden. Als mogelijk interessant onderwerp noemt Fieke Sluijs stakeholder-management. Met wat voor stakeholder-problemen kan je te maken krijgen als marketeer en hoe kan je hierop inspelen?
Concluderend vinden de docenten het boek een helder en toegankelijk geschreven basismethodiek met nog altijd actuele onderwerpen. Mocht er ooit een vervolg komen dan zouden ‘de rol van de citymarketeer’ en uitgebreidere casus op het verlanglijstje staan.

Uitgebreidere cases
Met dit laatste is Jurgen Jeunissen van de Hogeschool van Rotterdam het eens. Hij geeft aan dat ‘Gebiedsmarketing’ een van de werken is die hij gebruikt om de minor theoretisch te onderbouwen. Ook hij prijst de vlotte schrijfstijl en de fijne opmaak. Echter, ook Jeunissen pleit voor een grote casebeschrijving waarin alle stappen behandeld worden, met onderbouwing en afwegingen. Hij begrijpt dat voor de mensen werkzaam in de praktijk het interessant is om juist een waaier aan verschillende projecten voorbij te zien komen, maar voor studenten is het belangrijk om een case helemaal uit te kunnen kauwen.

Wanneer ik de opmerkingen aan Michel Buhrs voorleg, geeft hij aan er bij een volgend boek zeker rekening mee te houden. Maar ook dat het boek in eerste instantie nooit bedoeld is geweest om puur als literatuur voor het onderwijs te dienen. Als ik Michel vraag of én wanneer er een volgend boek uitkomt antwoord hij lachend: ‘Wanneer ik tijd heb, ga ik er zeker over nadenken. Maar ik ben nu met veels te veel andere leuke dingen bezig. Concreet betekent dit dus: voorlopig zeker niet. Ik ben er echter van overtuigd dat het huidige boek Gebiedsmarketing nog wel een paar jaar meekan.’

Arno Nijhof
Trainee Bureau Buhrs (juli – september 2013)

Beleving is de basis voor succesvolle communicatie

Een openbare ruimte die met en voor gebruikers is ingericht, leidt tot duurzamer gebruik, lagere beheerkosten en meer tevredenheid. Onderzoeksbureau SmartAgent, adviesbureau Waterpas en Bureau Buhrs ontwikkelden een methodiek die gemeenten helpt bij een effectieve communicatie met bewoners. Adviseur Michel Buhrs: ‘Inzicht in belevingswerelden is een randvoorwaarde voor succes.’ 

Eind oktober presenteerden de drie bureaus in het Amsterdamse A-Lab hun werkwijze die de openbare ruimte, belevingswerelden van bewoners en communicatie integreert. De methodiek is gebaseerd op het Brand Strategy Research-model (BSR-model). Dit model onderscheidt vier belevingswerelden op basis van de verschillende waarden waarmee bewoners naar de wereld kijken: een rode wereld van vitale avonturiers, een gele van harmonieuze, groepsmensen, een blauwe van controlerende, ambitieuze individualisten en een groene wereld van bedachtzame mensen die geborgenheid zoeken.

‘Met scherp schieten’
Consultant Marieke de Kogel van SmartAgent: ‘We adviseren gemeenten iedere vier jaar te meten welke belevingswerelden en bijbehorende behoeften dominant zijn in een wijk. Met een helder stappenplan, van quickscan tot en met evaluatie en bijsturing, kunnen ze daar vervolgens hun maatregelen op afstemmen om participatie in de openbare ruimte te bevorderen. Dat leidt tot een betere aansluiting tussen gemeente en bewoners. Zo schiet je met scherp in plaats van met hagel.’

Meer tevredenheid, lagere kosten
Projectmanagers Ruud van Eck en Roel de Jong van Waterpas benadrukken het belang van samenhang tussen bewoners, beleving en de openbare ruimte.
Van Eck: ‘Inrichting, gebruik en beheer zijn een drie-eenheid. Als overheid en burgers hierin goed kunnen samenwerken, leidt dat tot meer tevredenheid en efficiëntie.’ De Jong: ‘Gele buurten zijn bijvoorbeeld vaak bereid zelf deels het beheer in hun omgeving voor hun rekening te nemen. In rode buurten hoeft het allemaal niet te netjes, in blauwe buurten weer wel. Daar kun je als gemeente rekening mee houden in de uitvoering.’

Uitgangspunt voor communicatie
Adviseur Michel Buhrs benadrukt allereerst het algemene belang van communicatie voor én na bij projecten in de openbare ruimte: ‘Pak altijd het moment aan om met elkaar te vieren dat er na een inspanning iets moois of iets schoon is opgeleverd.’ De nieuwe methodiek biedt volgens hem een degelijk raamwerk dat concreet richting geeft. ‘De kleur van een wereld bepaalt hoe je als gemeente je participatierol invult en welke acties je dan onderneemt. Rode bewoners ontwikkelen bijvoorbeeld het liefste samen met jou ideeën. Harmonieus ingestelde gelen willen vooral meedenken met jouw plannen en deze toetsen. Bij de eerste wereld zorgt een creatieve brainstorm voor enthousiasme, bij de andere een informele inspraakavond. Het is dus altijd maatwerk: de belevingswereld van een bepaalde wijk bepaalt de participatieaanpak voor de omliggende openbare ruimte.’

Auteur: Paul Claasen, adviseur en tekstschrijver bij Iroscio Communicatie

 

 

Crisis interessante uitdaging voor stedenbouw

Mijn broer is werkzaam in de detailhandel. Hij vertelde me ooit dat je niet in de winkel moet hangen wat je zelf graag draagt, maar wat je klant graag aan heeft. Ik moest daaraan denken toen ik ging samenwerken met Bureau Buhrs en haar werkveld leerde kennen. In het dagelijks leven ben ik projectleider bij HOSPER, een ontwerpbureau voor stedenbouw en landschap. Samen met Bureau Buhrs werken wij aan de transformatie van een landgoed op de Utrechtse Heuvelrug. Deze casus hebben wij in mei gepresenteerd tijdens de masterclass en tevens het 5-jarige jubileum ‘Gebiedsmarketing floreert in de crisis’. Naar aanleiding van deze masterclass en de inzichten die dit opleverde, wil ik met deze blog ingaan op enkele effecten van de crisis en de toegenomen aandacht voor de positionering voor mijn vak: de stedenbouw. 

De afgelopen jaren is de beroepspraktijk van de stedenbouwkundige een stuk interessanter geworden. Waar wij voorheen voor onze ‘kookkunsten’ panklare ingrediënten meekregen, zoals woningbouwprogramma’s en faseringen, is de vraag van klanten nu fundamenteler geworden: ‘Wat moeten wij doen om onze gebiedsontwikkeling op gang te brengen?’

Crisis
Aangezien de bouwstroom aan het einde van de keten stokt, ligt het voor de hand om ook daar naar antwoorden te zoeken; aan de vraagzijde dus. Als we de cijfers van de verhuisbereidheid van de Nederlanders mogen geloven is dat het probleem niet. De financieringsmogelijkheden van de breed gevoelde verhuiswens is dat wel. Het is voor starters tegenwoordig aanmerkelijk moeilijker om een nieuwe woning te bekostigen en een deel van de doorstromers kan of wil niet tegen marktwaarde verkopen vanwege het forse verlies dat ze dan moeten accepteren.

Bouwrijpe grond Homeruskwartier

Concurrentie
De teruglopende vraag betekent een kleinere markt. Gemeentes en ontwikkelaars hebben in het verleden voor veel geld grondposities verworven, die op rente staan. Hierdoor is nu een forse druk ontstaan om te ontwikkelen. Het is niet ondenkbeeldig dat het overschot aan planvoorraad leidt tot ‘kannibalisme’, stagnatie en ontwikkelingen die on hold zijn gezet.

Kopersmarkt
Een tweede gevolg is dat er een kopersmarkt is ontstaan. ‘En als de taart kleiner wordt, moet je zorgen dat je een groter stuk krijgt.’ Daarmee is de slag om de klant een feit. Waar voorheen minder ontwikkeld werd dan gevraagd, is de situatie nu omgekeerd. En zo heeft klantgericht denken, als voorwaarde voor zakelijk succes, ook in de behoudende bouwsector zijn entree gemaakt.

Consequenties voor de stedenbouw
Wat betekent dit voor de stedenbouw? In reactie op trends en ontwikkelingen veranderen grote modeketens hun collectie in een interval van maanden of zelfs weken. Hoe is dit snelle, korte termijn denken te rijmen met de lange cycli van de stedenbouw? Een huis wordt gebouwd voor 50 jaar en als ik mijn studieboeken mag geloven een straat voor wel 500 jaar!

Flexibiliteit in de planvorming
De crisis heeft duidelijk gemaakt dat de markt grillig en veranderlijk kan zijn. Na jaren van opgaande cijfers leek de groei onomkeerbaar. We weten nu weer dat het ook anders kan zijn. Om beter in te kunnen spelen op de meebewegende vraag wordt in plannen veel meer gestuurd op flexibiliteit. Flexibiliteit ten aanzien van de woonproducten bijvoorbeeld. Voor het stedenbouwkundige metier betekent deze verschuiving dat plannen meer ruimte moeten laten en minder opgehangen moeten worden aan architectuur of woningtypes. In plaats daarvan is het beter om bijvoorbeeld de openbare ruimte in te zetten om tot structuur en samenhang te komen. Met onze wortels in de landschapsarchitectuur is dat een traditie die wij bij HOSPER al langer kennen.

Schets casus Utrechtse Heuvelrug
Raamwerkplan Om de Weede, HOSPER

Flexibiliteit in het proces
Maar ook flexibiliteit ten aanzien van de ontwikkelingsvorm is gevraagd. De tijd dat grondposities integraal overgenomen werden door opstalontwikkelaars ligt achter ons. Risico’s blijven langer bij de grondeigenaar en grond wordt veeleer per kavel afgenomen. De afnemers worden tegelijkertijd pluriformer: de traditionele ontwikkelaar heeft concurrentie gekregen van kleine bouwers, grote bouwers en zelfbouwers. Ook deze tendens vraagt om aanpassingen in het type plan dat ontwikkeld wordt en aan de procesgang. Analoog aan de speculatiebouw van een eeuw geleden moeten we rekening houden  met aanmerkelijk kleinere bouwtranches als bouwstenen voor het stedenbouwkundige totaalbeeld. Op een vroeg moment in het planproces wordt de bouwers-markt geconsulteerd, om de aansluiting niet te verliezen.

Flexibiliteit in de tijd
De crisis heeft ook betrekking op de ontwikkelingsperiode. Bij gebrek aan zekerheid ten aanzien van de afzet is ook de doorlooptijd niet langer op voorhand te geven. Met name voor lopende plannen is dit een groot probleem. Verspreid over het land liggen talloze bouwrijp gemaakte gronden braak, in afwachting van betere tijden. De schier eindeloze zandvlaktes remmen elke aanvechting van de schaarse kavelkoper om zich hier te vestigen. In nieuwe trajecten krijgt dit gegeven een plek door ook deze ‘tussentijd’ te ontwerpen en te programmeren. Voor omwonenden en nieuwe bewoners wordt de onzekerheid als gevolg van de langere looptijd ingeruild voor ‘upgrading’ van de omgeving door tijdelijke invulling met natuur en landbouw.

Raamwerkplan Nieuwveen
de Verwondering, HOSPER

Positionering, identiteit en plankwaliteit
In de zoektocht naar afnemers in een concurrerende markt is een heldere positionering van groot belang. Bureau Buhrs heeft hier haar core business van gemaakt. Door aan de voorkant na te denken over de beoogde afnemers en daar vervolgens heldere keuzes in te maken, kan een eenduidiger plan gemaakt worden en tegelijkertijd een scherpere propositie gedaan worden aan aspirant kopers. Deze propositie is gerichter en heeft meer effect bij het vermarkten van een project. Aantoonbare plankwaliteit is daarbij een onderscheidende voorwaarde voor succes.

De mens centraal
Bureau Buhrs baseert haar positionering op het BRS (Brand Strategy Research) model. Daarin worden verschillende belevingswerelden onderscheiden. Voor de casus op de heuvelrug hebben HOSPER en Bureau Buhrs gezamenlijk de propositie geformuleerd, locatie specifiek gemaakt en ruimtelijk uitgewerkt.

Raamwerkplan Nieuwveen de Verwondering, HOSPER

Vanuit deze commerciële inzet staat de mens en haar gedragingen (opnieuw) centraal. In mijn vak – de stedenbouw – is dat gek genoeg lange tijd niet het geval geweest. Als gevolg van mislukte experimenten in de volkshuisvesting en de verzakelijking is in de jaren ‘90 de stad veeleer als neutraal casco voor de anonieme stadsbewoner opgevat.

Happy end?
Voor ontwikkelaars, bouwers en adviesbureaus is de crisis een uitdaging qua bedrijfsvoering. Echter afgaande op de bovenstaande ontwikkelingen kan niet gesteld worden dat de crisis de stedenbouw perse negatief beïnvloed. Een brede uitvraag, een flexibele aanpak en een sterke gerichtheid op de eindgebruiker. Het zijn allemaal ingrediënten die bijdragen aan een duurzame, ruimtelijke ontwikkeling. Nu hopen dat de bodem in de prijsontwikkeling bereikt is en we deze inzichten breed in uitvoering kunnen brengen!

Auteur: Mark van der Heide, projectleider bij HOSPER NL BV een multidisciplinair ontwerpbureau voor landschapsarchitectuur en stedenbouw.